Riek Stienstra (1942-2007)

Riek StienstraOp 20 november 2007 is Riek Stienstra, voorvechtster van de emancipatie van lesbiennes en homo’s in Nederland in haar woonplaats Mûnein overleden. Tussen 1974 en 2002 was ze directeur van de Schorerstichting, een belangrijke gezondheidsinstelling voor homoseksuelen.

Op 20 november 2007 is Riek Stienstra, voorvechtster van de emancipatie van lesbiennes en homo’s in Nederland in haar woonplaats Mûnein overleden. Tussen 1974 en 2002 was ze directeur van de Schorerstichting, een belangrijke gezondheidsinstelling voor homoseksuelen. Zo zette zij de eerste buddyprojecten voor aidspatiënten op, die een voorbeeld waren voor andere landen. Riek Stienstra, dochter van Jan Stienstra en Niesje Bouwman, is op 24 december 1942 geboren in Boornbergum. Ze was ridder in de orde van Oranje Nassau.

Op de website van de Schorer-stichting werd Riek Stienstra als volgt herdacht:

Riek StienstraVan 1974 tot 2002 werkte Riek Stienstra als directeur bij Schorer. Zij heeft Schorer ontwikkeld van een kleine categorale hulpverleningsinstelling tot een van de grootste gezondheidsbevorderende instellingen in Europa. Daarmee heeft Riek de gezondheid en het welzijn voor lesbische vrouwen en homomannen op de kaart gezet. Haar tomeloze inzet vanaf het begin van de aidsepidemie heeft onder andere geleid tot het eerste buddyproject in Nederland.

Voor Riek was het voor- en doorprincipe altijd een centraal beginsel van buddyzorg. Over die dramatische beginperiode van de epidemie zei ze: “Ik ben gefascineerd dat zoveel mannen tot het bittere einde moederen met aidspatiënten.” Onder haar leiding ontstond ook een gedegen overdrachtstraject van de buddyzorgkennis aan landen in het Zuiden.

Zij zorgde ervoor dat het “boekenfonds Schorer” werd opgericht. Hier verschenen niet alleen veel boeken over lesbisch- en homospecifieke hulpverlening, maar ook boeken over de geschiedenis van homo’s en lesbo’s en biografische boeken van vooraanstaande figuren.
Naast haar directeurschap bij Schorer bekleedde ze vele functies bij adviesraden en andere organisaties, zoals Mama Cash of het lesbisch tijdschrift Diva. Riek stond aan de wieg van de Stichting Leerstoelen Homostudies, die verantwoordelijk is voor leerstoelen in Maastricht en Amsterdam.

Bij haar afscheid in 2002 ontving Riek de koninklijke onderscheiding Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Zij zei dat ze deze onderscheiding had ontvangen als “representante van de homobeweging” en droeg de onderscheiding op aan allen die zich hebben ingezet voor gelijke rechten voor lesbische vrouwen en homomannen. Riek was een warm mens die altijd de mens achter de functie opzocht.

Vrij snel na haar pensionering werd bij haar darmkanker geconstateerd. Ze legde zich niet neer bij de ziekte, maar dit was een strijd die ze niet kon winnen. In haar laatste jaren werd zij omringd door wat zij noemde haar “mantelzorgnetwerk”. Tot het “bittere einde” hebben deze toegewijde vriendinnen en vrienden “gemoederd met” Riek. Riek overleed een maand voor haar 65ste verjaardag.
Riek was een beetje “ús mem” maar ook een no-nonsense onderhandelaar, die met grote toewijding en vasthoudendheid Schorer op de kaart heeft gezet als dè organisatie voor gezondheid en welzijn van lesbische vrouwen en homomannen.

Wij verliezen in haar een voorvechtster van de lesbo- en homobeweging.

Minus Altenburg, waarnemend directeur, namens medewerkers en vrijwilligers van Schorer

 

Doug Stienstra

Doug StienstraBij de Tilburg Trappers (ijshockey) speelt sinds enige jaren Doug Stienstra, afkomstig uit Kelowna (Canada BC), maar met overduidelijk Friese voorouders. Van Doug Stienstra wist ik dat hij geboren was op 18 juni 1976. en dat Luke en Connie Stienstra zijn ouders zijn. Dat was alles wat ik op internet had kunnen vinden. Ik wist dus helaas nog niet hoe hij in welke Stienstra-familie hoorde.

 

 

Doug StienstraBij de Tilburg Trappers (ijshockey) speelt sinds enige jaren Doug Stienstra, afkomstig uit Kelowna (Canada BC), maar met overduidelijk Friese voorouders. Van Doug Stienstra wist ik dat hij geboren was op 18 juni 1976. en dat Luke en Connie Stienstra zijn ouders zijn. Dat was alles wat ik op internet had kunnen vinden. Ik wist dus helaas nog niet hoe hij in welke Stienstra-familie hoorde. De website van de Tilburg Trappers wist verder nog te vermelden dat Doug 1.85 m. lang en 90 kilo zwaar is. Maar omdat Doug afkomstig is uit Kelowna had ik wel een vermoeden wie zijn ouders en zijn grootouders waren.

Op mijn oproep om meer informatie reageerde Doug zelf! Hij schreef:
Hi Andrys, I saw your web page on the internet and noticed you had a brief description of myself. I would like to confirm to you that my Opa is in fact Thomas Stienstra of Kelowna (died a couple of years ago). Hotze Stienstra is my Uncle (He and my father Luke are brothers… 2 of 4 brothers all living in Kelowna BC Canada) I have indeed spent the last 6 winters in Holland playing Ice Hockey and also just returned from the World Championships in Austria where I played for Team Netherlands. Well I enjoyed the website. Thanks.
Doug Stienstra

Doug Stienstra

En dit zijn dus de (voor)ouders van Doug:

I stamhouder

Douglas Kent Stienstra (Doug) is geboren op vrijdag 18 juni 1976.

II vader
Lukas Stienstra, wonende te Kelowna (Canada), is geboren op vrijdag 27 juni 1947 te Groningen (Gr). Lukas is gehuwd met Connie Long.

III grootvader
Thomas Stienstra, ambtenaar meetdienst, bosarbeider en fabrieksarbeider, wonende te Opende (Gr) en te Kelowna (Canada), is geboren op maandag 23 februari 1920 te Lutjegast (Gr), overleden in Kelowna.
Thomas trouwt in 1941 te Hoogkerk (Gr) met Aaltje Ruurds. Aaltje is geboren op maandag 17 mei 1920 te Peize (Dr).

IV overgrootvader
Hotze Stienstra, schipper en melkboer, is geboren op zaterdag 30 mei 1896 te Dokkum, is overleden op vrijdag 13 januari 1989 te Grootegast (Gr), is begraven aldaar. Hotze werd 92 jaar, 7 maanden en 14 dagen. Hotze trouwt op zaterdag 17 mei 1919 te Grootegast (Gr) met Klaaske Oost, dochter van Willem Oost en Martje van der Vaart. Klaaske is geboren op vrijdag 23 november 1894 te Grootegast (Gr), is overleden op zaterdag 29 augustus 1981 aldaar, is begraven aldaar. Klaaske werd 86 jaar, 9 maanden en 6 dagen.

V betovergrootvader
Thomas Stienstra, schippersknecht en schipper, wonende te Aalsum, te Dokkum en te Metslawier, is geboren rond 1872, is overleden in 1953 te Grootegast (Gr). Thomas werd ongeveer 81 jaar. Thomas trouwt op zaterdag 13 mei 1893 te Grijpskerk (Gr) (1) met Janna Schripsema, dochter van Hotze Willems Schripsema en Minke Ennes Rispens. Janna, wonende te Grijpskerk (Gr), is geboren op woensdag 2 augustus 1871 te Pieterzijl, wonende te Grijpskerk (Gr), is overleden op maandag 9 december 1912 te Groningen (Gr). Janna werd 41 jaar, 4 maanden en 7 dagen. Thomas was gehuwd (2) met Freerkje de Bruin.

VI oudvader
Miente Thomas Stienstra ook genaamd Mient Stienstra, schipper, wonende te Burum, te Pieterzijl, te Grijpskerk (Gr) en te Kollum, is geboren op zondag 31 oktober 1841 te Westergeest, is overleden op zondag 6 maart 1904 te Opeinde, is begraven te Dokkum. Miente werd 62 jaar, 4 maanden en 4 dagen. Miente trouwt op zaterdag 12 november 1864 in de gem. Kollumerland en Nieuwkruisland (Frl) met Foktje Dijkstra ook genaamd Fokje Dijkstra. Foktje, arbeidster, wonende te Visvliet (Gr), te Burum en te Kollum, is geboren rond 1842 te Visvliet (Gr), is overleden na 1904, is begraven te Dokkum. Foktje werd minstens 62 jaar.

VII oudgrootvader
Thomas Mients Stienstra, schipper, wonende te Surhuisterveen en te Burum, is geboren op zaterdag 9 oktober 1813 te Surhuisterveen, is overleden op dinsdag 15 november 1853 aldaar of is overleden op dinsdag 15 november 1853 of is overleden op dinsdag 15 november 1853. Thomas werd 40 jaar, 1 maand en 6 dagen. Thomas trouwt op zaterdag 28 januari 1843 in de gem. Kollumerland en Nieuwkruisland (Frl) met Hesseltje Jannes de Haan, dochter van Johannes Hessels de Haan en Doetje Louwes. Hesseltje, arbeidster, wonende te Burum en te Munnikezijl, is geboren op dinsdag 19 februari 1811 te Burum, is gedoopt op zondag 24 maart 1811 aldaar, is overleden na 1873. Hesseltje werd minstens 62 jaar, 10 maanden en 12 dagen.

VIII oudovergrootvader
Miente Jakobs Stienstra, schipper, wonende te Burum en te Surhuisterveen, is geboren rond 1769 aldaar, is overleden op zaterdag 14 juni 1856 aldaar. Miente werd ongeveer 87 jaar. Miente trouwt op zondag 29 november 1795 te Surhuisterveen met Gettje Tjerks Feenstra, dochter van Tjerk Klazes en Gepke Jochums. Gettje is geboren rond 1776 te Burum, is overleden op vrijdag 25 november 1831 aldaar. Gettje werd ongeveer 55 jaar.

IX oudbetovergrootvader
Jakob Lieuwes ook genaamd Jacob Luïs, schipper, is geboren in 1738, is overleden voor 1811 . Jakob werd hoogstens 73 jaar. Jakob trouwt rond 1762 te Surhuisterveen met Kunne Oedzes van der Steen ook genaamd Kuinje Oedses en Kunne Oedzes, dochter van Oeds Sybes en Leentje Wobbes Harckema. Kunne, dienstmeid, wonende te Surhuisterveen en aldaar, is geboren rond 1734, is overleden op zondag 19 augustus 1821 aldaar . Kunne werd ongeveer 87 jaarÂ

X stamvader
Lui Rienks ook genaamd Lue Rinckes is gedoopt op zondag 15 april 1703 te Surhuisterveen (vermelding waren Rincke Toomes en Sieke Lues). Lui was gehuwd met Gepke Jacobs.

XI stamgrootvader
Rienk Thomas ook genaamd Rincke Thomas en Rincke Toomes. Rienk trouwt op donderdag 8 oktober 1693 te Surhuisterveen (1) met Tieke Pyters ook genaamd Teeke Pieters. Rienk was gehuwd (2) met Sjieuke Luis ook genaamd Sieke Lues, dochter van Luilof Tammes.

XII stamovergrootvader
Thomas Pieters, wonende te Surhuisterveen. Thomas was gehuwd met Romkjen Rienks, dochter van Rienk Jans en Antje Hotses.

(De foto’s op deze pagina zijn afkomstig van de site van de Tilburg Trappers)

 

 

 

Klaas Stienstra reed 55 jaar Hijlaard-Leeuwarden

Klaas StienstraIn juni 1960 bood Klaas Berends Stienstra uit Hijlaard in de Leeuwarder Courant zijn gesloten bodewagen met “z.g.a.n. banden” aan. Weer was het Oldehoofsterkerkhof een ouderwetse bodekar armer geworden. Ruim zestig jaar had de inmiddels 74-jarige Stienstra op dinsdag en vrijdag de route Hijlaard-Hoptille-Jellum-Leeuwarden gereden.

 

In juni 1960 bood Klaas Berends Stienstra uit Hijlaard in de Leeuwarder Courant zijn gesloten bodewagen met “z.g.a.n. banden” aan. Weer was het Oldehoofsterkerkhof een ouderwetse bodekar armer geworden. Ruim zestig jaar had de inmiddels 74-jarige Stienstra op dinsdag en vrijdag de route Hijlaard-Hoptille-Jellum-Leeuwarden gereden.

Toen hij in 1898 de banken van de ambachtsschool verliet, wist hij wat hij wilde worden. Zijn grootvader was “karrider” van Deinum op Leeuwarden geweest en zijn vader reed van Hijlaard op die stad, eerst met een hondekar, later met een ezelwagen. De jonge Klaas Stienstra wilde daarom ook boderijder worden. Hij begon met een paard en hield dat vol, totdat hij mede door het steeds drukker wordende verkeer besloot te stoppen.
Voortaan zou de welbespraakte man met zijn forse stemgeluid niet meer in zijn blauwe kiel op zijn onafscheidelijke fiets met voorop een bagagedrager de omgeving afzwerven om boodschappen voor de stad te doen. Niet langer reed hij met Brúntsje over de Boksumerdam naar Leeuwarden om via Marssum weer terug te keren. Aan die ritten door weer en wind – op dinsdag en vrijdag was hij vaak meer dan twaalf uren in touw – kwam voorgoed een einde. De dienst van Stienstra werd overgenomen door collega W. Jongstra uit Weidum. Dat Brúntsje een nieuwe baas in het dorp had gevonden was nog de grootste troost voor Klaas.

(De tekst hierboven is afkomstig uit Met beurtschippers en boderijders door Friesland, geschreven door Albert Buursma en Wim Mollema. (1993). Hieronder een artikel uit de Leeuwarder Courant van 11 juni 1952.)

Kl Stienstra reed 55 jaar Hijlaard-Leeuwarden

“It is foar allegearre tagelyk Aldjiersjoun”

Klaas Stienstra bij z'n wagen op het Oldehoofster KerkhofVrijdags is het druk op het Oldehoofster Kerkhof te Leeuwarden. Vooral tegen een uur of vijf. Loopjongens met volgeladen fietsen schieten tussen de rijen vrachtwagens door, om nog op tijd de laatste bestellingen bij de “karriders” te brengen. Haastig worden vrachtbrieven getekend, rekeningen betaald, boodschappen aangenomen, kwinkslagen gewisseld.

Midden in deze gezellige drukte staat Klaas Stienstra van Hijlaard, achter zijn wagen. Met de rust en de superioriteit van de jaren – de meeste collega’s zijn bij hem opgegroeid – doet hij de zaken af. Hij stouwt de vracht onder het zeil van de kar, pakt overhemden in en knoopt een praatje aan. Ondertussen blijft hij bezig. Telkens komen er mensen met rekeningen en drankjes met verf en boorden. Het is alsof het tempo even terug valt, wanneer ze bij die eenvoudige wagen bij die gemoedelijke oude baas moeten zijn.

Ruim vijfenvijftig jaar zit Stienstra al aan de weg. Twaalf jaar was hij, toen hy z’n eerste officiële rit maakte. Duizenden kilometers heeft hij daarna
afgelegd tussen Hijlaard, Jellum en Leeuwarden. Een paar uur heen en een paar uur terug, twee of driemaal per week. Eerst met een hondenkar, later met een paard en wagen. Geen wonder, dat Stienstra niet in de ban is geraakt van de jachtige moderne tijd. Aan een auto denkt hij niet. Veel te duur en ongemakkelijk. “Fan’e moarn fytste my noch ien efternei mei in pakje; mei in auto hie dat net kinnen”, verdedigt hij z’n bewering. Bovendien: “Of it nou gysten giet of net, it is foar eltsenien op ‘e selde dei aldjiersjoun”.

Vroeger was er ook nog wat “buorkerij” bij de zaak. Dit gedeelte is echter overgegaan in andere handen. Stienstra heeft het met z’n beurt druk genoeg. Dinsdags en Vrijdags naar Leeuwarden en de tussengelegen dagen laden, lossen en geld beuren. Het is nog zo eenvoudig niet. Hij vindt het echter prettig werk, dat komt misschien omdat het in het “laech” zit. Vader en grootvader dreven ook een vrachtzaak. Op die manier zit het vak er vroeg in en het gaat er vaak – dat zien we aan Stienstra – nooit weer uit. Ook niet wanneer men op een slechte dag met wagen en al in de sloot terecht komt. Dat is de risico.


Naar de genealogische gegevens van Klaas Berends Stienstra (1886-1975).

(Dit artikel werd eerder gepubliceerd in de Stienstra-krante, jrg.4, nr.1/2, dec. 1999)

Jaap Stienstra

Jaap StienstraIn 1998 kwam er een boek uit over het Wielrennen in Friesland door de eeuwen heen, fan tsjiltsjeriden oant hurdfytsen, geschreven door Martinus Jongsma en Bernard Pijper. Daarin staat onderstaand verhaal over de wielercarrière van mijn broer.

In 1998 kwam er een boek uit over het Wielrennen in Friesland door de eeuwen heen, fan tsjiltsjeriden oant hurdfytsen, geschreven door Martinus Jongsma en Bernard Pijper. Daarin staat onderstaand verhaal over de wielercarrière van mijn broer.

De in 1949 geboren Jaap Stienstra stapte in 1971 in de wielersport. In dat jaar meldde hij zich aan als lid van WV Drachten en Omstreken. Al spoedig werd een valpartij in het amateur-peloton hem noodlottig. Hij brak een middenhandsbeentje. De schrik zat er daarna goed in bij de in Drachten wonende Stienstra en het duurde lange tijd voordat hij eindelijk in de prijzen reed.
Jaap StienstraDat was in de Ronde van het Groninger Godlinze, waar hij 15e werd. “Die wedstrijd vergeet ik nooit weer. Iedere renner weet precies waar hij voor de eerste keer een prijs won. Eventjes voel je je dan een Merckx”, aldus Jaap Stienstra. De Drachtster renner was een Amateur pur sang. In weer en wind werd er, na afloop van de dagelijkse werkzaamheden als electro-technicus, elke dag getraind. De klassiekers lagen hem beter dan de criteriums.
Maar het mooiste vond hij de Belgische “kermiskoersen” over de kasseien, waaraan hij elk jaar in de vakantieperiode deelnam. Als geen ander wist Jaap
Stienstra daar in smeuïg Vlaams over te vertellen. Ook verschenen er in het clubblad Op ’t Kantsje van WV Drachten regelmatig Vlaamse wielerverhalen van zijn hand. In 1994 zei Stienstra, die sinds 1991 bij de Veteranen uitkwam, de wielersport vaarwel en vestigde zich in Beetsterzwaag.

(Eerder gepubliceerd in de Stienstra-krante, jrg.4, nr.1/2, dec. 1999)

Kährel’s thee

Kährel's theeIn de Stienstra-krante van oktober 1997 schreef ik over ‘De rike(?) tak fan ús famylje’ (ook hier op de website als ‘De rijke tak van onze familie’). Daarin kwam onder nummer IV-a voor Sjoerd Bouwe Stienstra, koopman, geboren te Sneek op 11 juli 1841, wonende te Groningen en Amsterdam, overleden aldaar op 2 maart 1884, 42 jaar oud, zoon van Bouwe Sjoerd Stienstra en Petronella Magdalena Idzerts Eekma.

 

In de Stienstra-krante van oktober 1997 schreef ik over ‘De rike(?) tak fan ús famylje’ (ook hier op de website als ‘De rijke tak van onze familie’). Daarin kwam onder nummer IV-a voor Sjoerd Bouwe Stienstra, koopman, geboren te Sneek op 11 juli 1841, wonende te Groningen en Amsterdam, overleden aldaar op 2 maart 1884, 42 jaar oud, zoon van Bouwe Sjoerd Stienstra en Petronella Magdalena Idzerts Eekma.

Zoals ik daar toen al schreef was hij theehandelaar: “Op 12 november 1866 gaat Sjoerd Bouwe Stienstra (‘zonder beroep, te Groningen woonachtig’) een ‘Vennootschap tot het drijven van handel in thee, zoo in het groot als bij winkeldebiet’ aan met Reinder Johan Kährel, ‘Theehandelaar, wonende te Groningen’. De overeenkomst wordt aangegaan voor de tijd van tien jaar. Twaalf jaar later, in 1878 woont Sjoerd Bouwe met zijn tweede vrouw nog in Groningen. Maar twee jaar later, als hun zoontje Bouwe geboren wordt (1880), wonen ze in Amsterdam aan de Weteringschans op nummer 119.”

Als reactie op dat artikel kreeg ik van Ate Kahrel, een achterkleinkind van de genoemde Reinder Johan Kährel, een aantal fotokopieën van zakelijke correspondentie tussen de beide vennoten. Daaruit blijkt dat Stienstra vanuit Amsterdam nog geregeld betalingen aan de firma Kährel doet. Ik neem aan dat dit betalingen zijn voor thee en aanverwante artikelen die door hem zijn verhandeld.
Na zijn overlijden krijgt zijn weduwe van deurwaarder Leonard Hilman een “protest” waarin haar wordt gevraagd een schuld van één duizend driehonderd acht en negentig gulden, drie cent, waarde in goederen genoten onmiddellijk afte lossen. Zij doet dat niet en geeft als reden: “De zaken zijn in handen van Notaris Jongejan”.

Hieronder is één van de schuldbekentenissen van Sjoerd Bouwe Stienstra aan Reinder Johan Kährel afgedrukt.

 

Kährel's thee

(Eerder gepubliceerd in de Stienstra krante, jaargang 4, nr. 1/2, dec. 1999)Â