Klaas Stienstra reed 55 jaar Hijlaard-Leeuwarden

Klaas StienstraIn juni 1960 bood Klaas Berends Stienstra uit Hijlaard in de Leeuwarder Courant zijn gesloten bodewagen met “z.g.a.n. banden” aan. Weer was het Oldehoofsterkerkhof een ouderwetse bodekar armer geworden. Ruim zestig jaar had de inmiddels 74-jarige Stienstra op dinsdag en vrijdag de route Hijlaard-Hoptille-Jellum-Leeuwarden gereden.

 

In juni 1960 bood Klaas Berends Stienstra uit Hijlaard in de Leeuwarder Courant zijn gesloten bodewagen met “z.g.a.n. banden” aan. Weer was het Oldehoofsterkerkhof een ouderwetse bodekar armer geworden. Ruim zestig jaar had de inmiddels 74-jarige Stienstra op dinsdag en vrijdag de route Hijlaard-Hoptille-Jellum-Leeuwarden gereden.

Toen hij in 1898 de banken van de ambachtsschool verliet, wist hij wat hij wilde worden. Zijn grootvader was “karrider” van Deinum op Leeuwarden geweest en zijn vader reed van Hijlaard op die stad, eerst met een hondekar, later met een ezelwagen. De jonge Klaas Stienstra wilde daarom ook boderijder worden. Hij begon met een paard en hield dat vol, totdat hij mede door het steeds drukker wordende verkeer besloot te stoppen.
Voortaan zou de welbespraakte man met zijn forse stemgeluid niet meer in zijn blauwe kiel op zijn onafscheidelijke fiets met voorop een bagagedrager de omgeving afzwerven om boodschappen voor de stad te doen. Niet langer reed hij met Brúntsje over de Boksumerdam naar Leeuwarden om via Marssum weer terug te keren. Aan die ritten door weer en wind – op dinsdag en vrijdag was hij vaak meer dan twaalf uren in touw – kwam voorgoed een einde. De dienst van Stienstra werd overgenomen door collega W. Jongstra uit Weidum. Dat Brúntsje een nieuwe baas in het dorp had gevonden was nog de grootste troost voor Klaas.

(De tekst hierboven is afkomstig uit Met beurtschippers en boderijders door Friesland, geschreven door Albert Buursma en Wim Mollema. (1993). Hieronder een artikel uit de Leeuwarder Courant van 11 juni 1952.)

Kl Stienstra reed 55 jaar Hijlaard-Leeuwarden

“It is foar allegearre tagelyk Aldjiersjoun”

Klaas Stienstra bij z'n wagen op het Oldehoofster KerkhofVrijdags is het druk op het Oldehoofster Kerkhof te Leeuwarden. Vooral tegen een uur of vijf. Loopjongens met volgeladen fietsen schieten tussen de rijen vrachtwagens door, om nog op tijd de laatste bestellingen bij de “karriders” te brengen. Haastig worden vrachtbrieven getekend, rekeningen betaald, boodschappen aangenomen, kwinkslagen gewisseld.

Midden in deze gezellige drukte staat Klaas Stienstra van Hijlaard, achter zijn wagen. Met de rust en de superioriteit van de jaren – de meeste collega’s zijn bij hem opgegroeid – doet hij de zaken af. Hij stouwt de vracht onder het zeil van de kar, pakt overhemden in en knoopt een praatje aan. Ondertussen blijft hij bezig. Telkens komen er mensen met rekeningen en drankjes met verf en boorden. Het is alsof het tempo even terug valt, wanneer ze bij die eenvoudige wagen bij die gemoedelijke oude baas moeten zijn.

Ruim vijfenvijftig jaar zit Stienstra al aan de weg. Twaalf jaar was hij, toen hy z’n eerste officiële rit maakte. Duizenden kilometers heeft hij daarna
afgelegd tussen Hijlaard, Jellum en Leeuwarden. Een paar uur heen en een paar uur terug, twee of driemaal per week. Eerst met een hondenkar, later met een paard en wagen. Geen wonder, dat Stienstra niet in de ban is geraakt van de jachtige moderne tijd. Aan een auto denkt hij niet. Veel te duur en ongemakkelijk. “Fan’e moarn fytste my noch ien efternei mei in pakje; mei in auto hie dat net kinnen”, verdedigt hij z’n bewering. Bovendien: “Of it nou gysten giet of net, it is foar eltsenien op ‘e selde dei aldjiersjoun”.

Vroeger was er ook nog wat “buorkerij” bij de zaak. Dit gedeelte is echter overgegaan in andere handen. Stienstra heeft het met z’n beurt druk genoeg. Dinsdags en Vrijdags naar Leeuwarden en de tussengelegen dagen laden, lossen en geld beuren. Het is nog zo eenvoudig niet. Hij vindt het echter prettig werk, dat komt misschien omdat het in het “laech” zit. Vader en grootvader dreven ook een vrachtzaak. Op die manier zit het vak er vroeg in en het gaat er vaak – dat zien we aan Stienstra – nooit weer uit. Ook niet wanneer men op een slechte dag met wagen en al in de sloot terecht komt. Dat is de risico.


Naar de genealogische gegevens van Klaas Berends Stienstra (1886-1975).

(Dit artikel werd eerder gepubliceerd in de Stienstra-krante, jrg.4, nr.1/2, dec. 1999)

Dit bericht is geplaatst in Nieuws. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *