Een vreeselijk ongeluk in Suameer.

Cauliflower Crown Eén van de reacties op het nulnummer van de Stienstra-krante kwam van de heer D.J. Stienstra uit Rijswijk. Hij schreef mij (in 1996) dat hij eigenlijk zeer weinig over zijn voorouders wist. Wel was het hem bekend dat zijn grootvader op jonge leef tijd zou moeten zijn verongelukt. Zijn vader was later met zijn ooms en tantes opgevoed in het Dokkumer weeshuis. Later heb ik zijn kennis over zijn familie uit kunnen breiden tot voor 1800. Het betreft hier een Dongeradeelster tak Stienstra’s, hoofdzakelijk wonende in Ealsum (Aalsum bij Dokkum).

De Zondag vol zonneschijn, die leven, lust en tier in de menschenharten straalde, eindigde hier op allertreurigste wijze. De bladen hebben reeds vermeld waardoor. De paardetram van halfacht had nabij zijn punt van afrit iemand overreden, die direct daarna den laatsten adem uitblies. ’t Was de conducteur Stienstra van Dokkum, die, omdat hij drie uren te Veenwouden moest wachten, maar voor tijdkorting dat ritje meemaakte. Het gekerm der passagiers in het rijtuig, overstemde bij het ongeluk dat van den man, die door ’n misstap zoo plotseling den dood vond. Hij (weduwnaar) laat zeven kinderen onverzorgd achter. ’t Was des avonds het onderwerp der gesprekken van allen op straat. Ieder verkeerde onder den indruk van ’t geval. Het lijk werd nog dezelfden avond per extra-goederentram stapvoets vervoerd. Hè, wat ’n sombere doodenrit.

Over het ongeluk dat zijn grootvader is overkomen, werd in de plaatselijke kranten uitgebreid geschreven (zie het artikel hiernaast uit de Bergumer Courant van 17 juni 1899). Zoals daaruit blijkt was Dirk Baukes Stienstra weduwnaar. Zijn vrouw, Ymkje Rosier, was twee jaar eerder overleden.
De heer Stienstra stuurde mij vanuit Rijswijk een fotokopie van een passage uit het boek Cauliflower Crown van Klaas de Jong (Leeuwarden 1872 – East Kildonan, Canada 1959), enige tijd geleden in het Fries vertaald en uitgegeven onder de titel De Blomkoalkening. In dat boek beschrijft Klaas de Jong onder andere jeugdherinneringen uit Friesland, voordat hij in 1893 emigreerde naar Canada. Ondanks het feit dat er in de bedoelde passage sprake is van een weduwe Stienstra, een Leeuwarder weeshuis en van zes kinderen, meende de heer Stienstra overeenkomsten te zien met het lot van de zeven kinderen van Dirk Baukes Stienstra en Ymkje Rosier, die opgroeiden in het Dokkumer weeshuis. Hier volgt de engelse tekst uit Cauliflower Crown.

Cauliflower CrownIt was about then that the Widow Stienstra came to live in the neighbourhood with her six children. She was very, very ill and knew she was about to die. She had come from te country to the city with the express hope of giving the little ones the right to enter the city’s orphanage when she was gone. If she could live for six weeks, they would have the right. The poor soul had a most mysterious ailment, in which her body tissues all turned to water. She was, literally, melting away. No one dared to take care of her for fear of bringing diaster upon their own families. If Mother feared contagion, as well she might, still her heart was as big as her head. She could not bear knowing that a woman was dying an agonizing death, was alone in her suffering, and was watching her babies uncared for. Mother, with boundless faith in God, went to see what she could do for the dying woman, and took the children home with her.
Now our food problem was keener then ever! Every single crumb counted. The Mother and Father of the orphanage were invited over to see the youngsters. They were willing to take the waifs, but were faced with the problem of food also. The more children there were at the orphanage, the less there would be to eat foar each of them!
It was a miracle how the widdow seemingly forced her will to summon the strenght to live the required six weeks, but she did it … to the day. The children were lovable and bright, and had beautiful eyes. Their dark, curly hair was in direct contrast to our tow heads.
The Stienstra children were placed in the orphanage where, contrary to popular belief, they were fed more on love than bread. The bread wasn’t as available.

Er zijn nogal wat feiten die tegenspreken dat met de Widow Stienstra Ymkje Stienstra- Rosier bedoeld kan zijn. Al was het alleen maar dat Klaas de Jong, die dit alles beschrijft als een jeugdherinnering, in 1893 als vrijgezel naar Canada emigreerde, dus vier jaar vóór het overlijden van Ymkje Stienstra-Rosier. De vraag is dan natuurlijk, welke weduwe Stienstra komt wel in aanmerking?

De heer D.J. Stienstra uit Rijswijk is inmiddels (25 nov. 2001) overleden, klik hier voor zijn genealogische gegevens. De genealogische gegevens van Dirk Baukes Stienstra en Ymkje Rosier zijn hier te vinden.

(Dit artikel werd eerder gepubliceerd in de Stienstra-krante jaargang 1, nummer 1 (mei 1996))

Dit bericht is geplaatst in Nieuws met de tags , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *