25 jier yn Amearika

Klaas StienstraSkriuwers komme lyk as ierdappels: men hat grutte, middelsoarte en lytse of kriel. En as men no freget ta hokfoar soarte ik mysels wol tink te rekkenjen, dan wit ik dat wol dealske skoan: de lêst neamde. Dat hat ek de reden west dat ik mear as ienris, as my om in portret en wat skriuwen oer myn persoantsje frege waard, mei it doel om dat yn in tydskrift plak te jaan, wegere ha.
En no, nei’t der op ‘e nij wer in set op dien is, is dochs einlings de hoanne oerhelle.

Klaas Stienstra met zijn moeder Klaaske AdemaBerne te Bitgum, de 7de febrewaris 1871, soan fan Jan Stienstra en Klaaske Adema, bin ik de jongste fan seis bern: fjouwer jonges (allegearre jit yn wêzen) en twa famkes (beide ferstoarn). Heit, kleanmakker, miende my ek yn dat fak opliede te moatten.
Yn 1900 teach ik mei myn mem, doe widdo nei Amearika, wêr doe twa fan myn bruorren al in tiidlang húsmannen. Trije jier letter kaam ik yn kennisse mei Klaasje de Oude, fan Lúnjebert ôfkomstich. It jier dêrop boasken wy, mar ek yn datselde jier, 1904, ferlearen wy ús mem.
En no binne wy in húshâlding fan fjouwer minsken (twa jonges hawwe wy tegearre krigen, Jan, tweintich en Evert, njoggentjin jier âld).
Us hûs stiet yn in drokke strjitte: North Main Street en wy krije hjir minsken fan alle naasjes: om’t wy in winkel hawwe. Dit libben jout folle wurk en ôfwikseling, sadat de tiid om ris rêstich sitten te gean en wat op it papier to bringen net jamk fûn wurdt.
Dochs haw ik no en dan yn in snipperoerke wat yn ús memmesprake gearstald.
Gjin leafhawwer fan “sport” bin ik en bleau ik in ferearder en bewûnderer fan it ivige ynmoaie, dat Mem Natoer hjir yn dizze kontreien sa mei rynske hân útstruit.
Ik bin in beminner fan in gesellich praatsje mei in goefreon.
Wy hawwe in rjucht húslik libben en ús dagen rôlje yn frede der hinne. Fier fan Fryslân, mar dat jimmer by ús is, altyd yn it hert omdroegen wurdt, fiele wy ús hjir noflik en tige thús.

K. Stienstra, Paterson (N.Am.)


Het bovenstaande artikeltje is afkomstig uit het Friese weekblad Sljucht en Rjucht jaargang 1925. Toen Klaas Stienstra het schreef, was hij 54 jaar oud en inmiddels een ‘gesattled’ burger van het Amerikaanse stadje Paterson, dichtbij New York. In dit artikeltje zegt hij vaak terug te denken aan Friesland, maar laat hij niets blijken van de roerige tijd die hij daar zo rond 1890 heeft meegemaakt.

Klaas Stienstra en zijn broers Tjeerd en Tjibbe werden alle drie kleermaker, evenals hun vader. De vierde broer Oege niet, hij werd beroepsmilitair. De oudste broer, Tjeerd, vestigde zich in Drachten, Klaas en Tjibbe bleven in hun geboortedorp Beetgum.

Rond 1890 ontstond er in Beetgum een actieve socialistische beweging. De strijd van de arbeiders van Broedertrouw uit de gemeente Het Bildt werd overgenomen door de Beetgumers. De tegenstellingen tussen de kleine groep welgestelde bouwboeren en de grote massa van arbeiders, werklozen, koemelkers en gardeniers waren groot.

Klaas Stienstra was vrijwel vanaf het begin actief binnen de Beetgumer afdeling van Broedertrouw, die later werd omgezet in een afdeling van de Sociaal Democratische Bond. Op 1 mei 1890 loopt hij als aanvoerder van de SDB-afdeling Beetgum, en vanaf Marssum zelfs van de hele stoet, met de rode vlag voorop naar de meeting in Leeuwarden. In 1891 richt hij samen met zijn broer Tjeerd, die inmiddels in Harlingen woonde en naam had gemaakt als spreker op socialistische bijeenkomsten, en hun nicht H. de Jong de Socialistische Zang- en Propagandaclub op. Hij was ook actief in de Beetgumer Volkszangvereeniging Aurora, waar hij rond 1895 een aantal toneelstukken voor zou schrijven. Het bekendste daarvan is het stuk Dy Godloazen, in 1897 onder het pseudoniem ‘Hartman’ uitgegeven, maar waarschijnlijk in 1894/’95 geschreven.

Eind 1895 waren de repetities voor Dy Godloazen aan de gang, toen er in de nacht van 5 op 6 december 1895 werd ingebroken in een huis bij Britsum. De gebroeders Hoogerhuis, die ook meespeelden in het stuk, werden hiervoor door de politie gearresteerd, hoewel er tegen hen vrijwel geen bewijs voor handen was. Er volgde een proces wat grote aandacht trok en tot in onze tijd bekend gebleven is als ‘de Hoogerhuis-zaak’. De broers Wibren, Marten en Keimpe Hoogerhuis werden, ondanks hun onschuld, veroordeeld tot gevangenisstraf van respectievelijk 12, 11 en 6 jaar! Enige jaren geleden is naar aanleiding van deze zaak de Friese speelfilm De dream gemaakt met Pieter Tuinman in de hoofdrol als Wibren Hoogerhuis.

BeetgumKlaas Stienstra kwam door deze zaak in een moeilijke positie. Hij wist namelijk wie de inbraak hadden gepleegd. Direct de volgende ochtend had Paulus van Dijk hem het hele verhaal al verteld. Zijn moeder, Klaaske Stienstra-Adema, was daar bij geweest. Ook de andere daders, Sibolt Alberda en Allard Dijkstra, spraken erover met hem. Ook Eeltje Ringia, een vriend van Klaas, wist ervan. Zij zouden de gebroeders Hoogerhuis vrij kunnen krijgen, als ze de ware daders bekend zouden maken. Maar dat zou verraad van hun kammeraden betekenen. Uiteindelijk, 1 maart 1897, is Klaas toch uit eigen beweging naar de Officier van Justitie gegaan om een verklaring af te leggen. Een paar dagen later worden hij, zijn moeder, Eeltje Ringia en Paulus van Dijk door de officier verhoord. Paulus van Dijk ontkent alles en beschuldigt Klaas ervan dat die hem een beloning in het vooruitzicht zou hebben gesteld als de Hoogerhuizen vrij zouden komen. De Officier van Justitie ziet in de tegenstrijdige verklaringen geen reden om het proces weer te openen en de gebroeders Hoogerhuis blijven in de gevangenis. Achteraf is door onderzoekers vastgesteld dat men bij Justitie bang was voor een blamage en voor een succes voor de arbeidersbeweging.

Klaas Stienstra raakte doordat hij naar de Officier van Justitie gegaan was, zijn vrienden in Beetgum kwijt. Hij besloot naar Amerika te emigreren om in Paterson een nieuw leven te beginnen. Zijn broers Tjeerd en Tjibbe waren hem al voorgegaan. Eerst komt hij bij Tjibbe in de zaak als kleermaker, later begint hij een eigen winkel (grocery-store). De naam Stienstra verandert hij in Steenstra, omdat dat voor de gemiddelde Amerikaan gemakkelijker is uit te spreken. (Andere geëmigreerde Stienstra’s hebben hun naam veramerikaanst tot ‘Stienstraw’!) Met de politiek wil hij niets meer te maken hebben. Zijn eigen kinderen hebben pas veel later gehoord dat hun vader in zijn jeugd politiek aktief geweest was. Klaas Stienstra overleed in augustus 1929.

Bronnen: Sljucht en Rjucht 1925, blz. 635-636; Gjalt Jelsma, Twa revolusjonaire toanielskriuwers in It Beaken 1979, blz. 291-310

Klik hier voor de genealogische gegevens van Klaas en Tjeerd Stienstra.

Bij de foto’s:
Boven: Klaas Stienstra met zijn moeder Klaaske Oeges Adema
Onder: De winkel van Klaas Stienstra (Steenstra) in Paterson.

De winkel van Klaas Stienstra in Paterson

Dit bericht is geplaatst in Nieuws met de tags , , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *